Hoe een heidense stad langzaam veranderde
Wanneer je de geschiedenis van het christendom probeert te begrijpen, helpt archeologie vaak enorm. Toch gebeurt dat meestal niet door één spectaculaire ontdekking. Het bijzondere van archeologie is juist dat je lagen van geschiedenis ziet.
Dat is precies wat onderzoekers ontdekken in Emesa, het huidige Homs in Syrië. Daar vinden archeologen munten, graven, mozaïeken en resten van tempels. Soms zelfs heilige gebouwen die later opnieuw gebruikt zijn.
Bij renovaties van de Grote Moskee van al-Nuri werden bijvoorbeeld Romeinse zuilen gevonden met Griekse inscripties. Die zuilen zijn honderden jaren oud en vertellen een verhaal dat veel verder teruggaat dan de huidige stad.
Samen laten deze vondsten zien hoe een stad langzaam veranderde: eerst heidens, daarna christelijk en later islamitisch. Voor wie de Bijbel leest, is dat eigenlijk heel herkenbaar.
Een stad vol goden
De oudste lagen van Emesa laten een stad zien die sterk werd beïnvloed door heidense religie. Een mozaïek van de held Hercules laat zien hoe Griekse en Romeinse religieuze ideeën vermengd waren met lokale Syrische tradities.
Ook zijn rijke graven gevonden met kostbare voorwerpen, zoals een gouden dodenmasker. Zulke graven wijzen op een machtige priesterlijke elite. Eén lid van zo’n familie werd zelfs Romeins keizer: Elagabalus.
Munten uit die tijd laten de indrukwekkende Tempel van de Zon zien. In die tempel lag een heilige zwarte steen die de zonnegod Elagabal symboliseerde.
Voor de inwoners van de stad was deze tempel het religieuze centrum.
Maar voor christenen was de boodschap anders. De apostel Paulus schrijft:
“Want hoewel er zogenaamde goden zijn… toch is er voor ons maar één God, de Vader.”
(1 Korinthe 8:5-6)
In een wereld vol tempels en afgoden verkondigden christenen dus een radicaal andere boodschap.
De eerste tekenen van christelijk geloof
Wat archeologen ontdekken, laat zien dat het christendom in Emesa niet plotseling verscheen. Het begon klein en bijna onzichtbaar.
In de derde eeuw veranderden bijvoorbeeld begrafenisgebruiken. In de catacomben van de stad vinden onderzoekers grafnissen, lampen en symbolen die horen bij het vroege christendom.
Ook de teksten op graven veranderen. Ze spreken vaker over opstanding en eeuwig leven.
Dat sluit nauw aan bij het evangelie. Jezus zegt:
“Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft zal leven.”
(Johannes 11:25)
Het christelijk geloof begon dus niet meteen met grote kerken of indrukwekkende gebouwen. Het groeide eerst in kleine gemeenschappen en in het dagelijks leven van gewone mensen.
Net als in het boek Handelingen
Deze ontwikkeling lijkt sterk op wat we lezen in het boek Handelingen.
Daar zien we hoe het christendom begint als een kleine beweging in grote steden vol tempels. De apostelen verkondigen het evangelie terwijl de samenleving nog grotendeels heidens is.
In Antiochië gebeurde iets belangrijks:
“In Antiochië werden de discipelen voor het eerst christenen genoemd.”
(Handelingen 11:26)
Die stad lag niet ver van Emesa. Via handelsroutes stonden deze steden met elkaar in contact. Het is dus heel goed mogelijk dat vroege christelijke boodschappers ook plaatsen zoals Emesa bereikten.
Geloof onder druk
Toch bleef het christendom lange tijd een kwetsbare minderheid. In de derde eeuw werden christenen soms zwaar vervolgd door Romeinse keizers zoals Decius, Valerianus en later Diocletianus.
Openlijk christen zijn kon gevaarlijk zijn.
Dat verklaart waarom archeologen uit die tijd nog geen grote kerken vinden. Het geloof leefde vooral in huizen, kleine groepen en verborgen gemeenschappen.
Pas later veranderde dat.
Toen keizer Constantijn het christendom legaliseerde en later keizer Theodosius het geloof verder ondersteunde, kregen veel heidense tempels een nieuwe bestemming. Ze werden kerken.
Zo veranderde ook het religieuze landschap van steden zoals Emesa.
Laatste gedachte
Wat archeologie in Emesa laat zien, lijkt sterk op hoe het evangelie zich volgens de Bijbel verspreidde.
Niet met grote revoluties.
Niet met geweld.
Maar langzaam, stap voor stap.
Jezus vergeleek het Koninkrijk van God met een klein zaadje:
“Het Koninkrijk van God is als een mosterdzaadje… het groeit en wordt groter dan alle planten.”
(Marcus 4:31-32)
Zo groeide ook het christendom in steden als Emesa.
Eerst bijna onzichtbaar.
Maar uiteindelijk veranderde het de wereld.