Genesis 1:24–25 (Het Boek)
God zei: “De aarde moet allerlei levende wezens voortbrengen: vee, kruipende dieren
en wilde dieren.” En zo gebeurde het. God maakte alle soorten wilde dieren, het vee
en alles wat over de grond kruipt. En God zag dat het goed was.
Deze woorden laten zien dat God met gezag spreekt. Wat Hij wil, gebeurt. Het leven op aarde is geen toeval, maar komt voort uit Zijn wil. En wat Hij maakt, noemt Hij goed.
Historische achtergrond
Genesis is geschreven in een tijd waarin volken om Israël heen geloofden in meerdere goden. Men dacht dat goden vochten en dat de natuur uit chaos ontstond.
De Bijbel geeft een ander beeld:
- Er is één Schepper.
- Hij brengt orde.
- Hij schept met bedoeling.
Dieren waren belangrijk in het dagelijks leven. Ze zorgden voor voedsel, kleding en werk op het land. Sommige volken vereerden dieren zelfs als heilig. Genesis maakt duidelijk: dieren zijn geen goden, maar schepselen van God.
Dat gaf Israël een unieke kijk op de wereld. Alles wat leeft, komt uit Gods hand en heeft waarde.
Voorbeelden uit de kerk en samenleving
In de kerk:
- Dankbaarheid voor de schepping.
- Gebed voor boeren en voedselvoorziening.
- Aandacht voor zorg voor natuur en milieu.
In de samenleving:
- Respectvolle omgang met dieren.
- Bewuste keuzes rond voedsel en consumptie.
- Inzet voor behoud van natuurgebieden.
Als God zegt dat het goed is, vraagt dat ook verantwoordelijkheid van mensen.
Slotgedachte
God zag dat het goed was.
Dat geeft hoop.
Ook als wij gebrokenheid zien in de wereld, mogen we weten dat Gods oorspronkelijke bedoeling goed was. Zijn schepping draagt nog steeds Zijn handtekening.
Neem dit mee
- God spreekt en het gebeurt.
- Het leven is gewild en bedoeld.
- De schepping heeft waarde.
- Jij mag zorgdragen voor wat God goed noemt.
Tot slot
Genesis 1:24–25 herinnert ons eraan dat we leven in een wereld die door God is gewild.
Dat geeft dankbaarheid.
Dat geeft verantwoordelijkheid.
En dat nodigt uit om met respect om te gaan met alles wat leeft.