Jeremia 1:5–8 - Het Boek
‘Wees niet bang voor de mensen, want Ik zal bij u zijn en u beschermen.’
Als je denkt: laat iemand anders het doen
Je ziet dat een collega onrechtvaardig wordt behandeld en wilt iets zeggen, maar je aarzelt. Of iemand in de kerk vraagt je om te helpen en je denkt meteen aan alles wat je niet kunt. ‘Ik ben niet de juiste persoon’, zeg je tegen jezelf. Jeremia herkende dat gevoel toen hij een opdracht kreeg die veel groter leek dan hijzelf.
Een jonge man in een onrustige tijd
Jeremia leefde in Juda, eeuwen vóór Jezus. Het land stond voor grote politieke en maatschappelijke veranderingen. God riep hem om de mensen namens Hem aan te spreken, ook wanneer zij niet wilden luisteren. Jeremia voelde zich te jong en dacht dat hij niet goed genoeg kon spreken.
God kende Jeremia al voordat hij geboren werd en had hem voor deze bijzondere taak bestemd. Toen Jeremia zijn bezwaren uitsprak, kreeg hij niet te horen dat alles gemakkelijk zou worden. Hij moest op weg gaan en zou ook weerstand ontmoeten. Maar God beloofde hem dat hij zijn opdracht niet alleen hoefde te dragen.
Die woorden waren eerst voor Jeremia. Toch begrijp ik waarom zijn verhaal mensen nog steeds raakt. Je hoeft geen profeet te zijn om moed nodig te hebben. Soms is moed aanbellen bij een buur die hulp kan gebruiken. Soms is het voor iemand opkomen. En soms is het in de kerk eerlijk zeggen: ‘Het gaat niet goed met mij.’ Ook hulp vragen kan een moedige stap zijn.
Laatste gedachte
Misschien voel jij je niet sterk of geschikt genoeg. Je hoeft die onzekerheid niet te verbergen voor Jezus. Christenen geloven dat je met je vragen en angst bij Hem mag komen. Wat zou jouw eerste stap zijn als je niet alles alleen hoefde te kunnen?
Een gebed
‘Jezus, U ziet mijn onzekerheid. Help mij eerlijk te zijn over mijn angst. Geef mij moed om te doen wat vandaag nodig is, hulp te vragen en U beter te leren kennen. Amen.’